Douwe Tot (3) 1886 – 1959

Vlaggen te West-Terschelling halfstok

Veel belangstelling voor de begrafenis van Douwe Tot

De door een ernstig ongeluk maandag om het leven gekomen oud-schipper van de Motorreddingboot “Brandaris” te West-Terschelling, de heer Douwe Tot, is gistermiddag naar zijn laatste rustplaats gebracht. Een bijna afzienbare stoet volgde de baar, die voorafgegaan werd door bemanningsleden van de rederij Doeksen. Ze droegen een schat van bloemstukken en kransen. Bij het graf sprak de directeur van de Koninklijke Noord- en Zuid-Hollandsche Reddingsmaatschappij, de heer H. Th. de Booy, die een terugblik wijdde aan Douwe Tots loopbaan bij het reddingswezen.

Hij schetste de overledene als een rustig man van weinig woorden, maar bezield met grote moed. Zijn zeemanschap was welhaast ongeëvenaard. Mijnen noch grondzeeën konden hem weerhouden om de levens te redden van hen die zich in nood bevonden. Het is een respectabel aantal geredden dat Tot veilig in de Terschellinger haven bracht.

Vele, ja de hoogste onderscheidingen op reddingsgebied werden hem uitgereikt. Heel Nederland en de Kon. N.Z.H.R.M. in het bijzonder zullen zijn naam in ere houden en Terschelling zal hem als een van zijn grote zonen nimmer vergeten.

Burgemeester J. Okkinga van Terschelling noemde het een zware slag voor de Terschellinger gemeenschap, dat een zeer verdienstelijk man de dood was ingegaan. Aan de groeve van hem, die vele malen zijn leven in de waagschaal stelde om dat van anderen te redden staan wij vervuld met eerbied, doch ook met droefenis. Moge zijn weduwe straks de zon weer zien schijnen door de toegewijde liefde van haar kinderen en kleinkinderen.

Ds. J.A. Schepers bad aan het graf het Onze Vader en leidde in de hervormde kerk tenslotte de rouwdienst.

In de haven van Terschelling waar de stoet langs trok, lagen de reddingboot Brandaris en de sleepboot Holland met de vlaggen halfstok, evenals van de vuurtoren. Onder de vele aanwezigen bij de begrafenis bevond zich ook mr. W.F. Schokking, lid van de Raad van State.

 

Bron: Leeuwarder courant 6-11-1959